Onder mijn handen 18 | Lizzy , paardenkracht
Aug 13, 2026Ik ben vandaag weer bij Lizzy geweest. Ik denk dat ik haar inmiddels vijf of zes keer onder mijn handen heb gehad, maar de laatste keer was alweer wat langer geleden.
Lizzy is veranderd. Ze is rustiger, duidelijker en laat zich inmiddels veel beter rijden. Laura zei het zelf ook:
“Eerst was ik te braaf. Nu rijd ik met veel meer aandrang — maar nu kán dat ook.”
En dat is een belangrijk verschil. Je kunt een paard niet zomaar harder aan het werk zetten omdat jij vindt dat het tijd wordt. Soms moet een lichaam eerst veranderen voordat het meer kracht, beweging en training kan verwerken.
Lizzy had tijd nodig om te veranderen en naar Laura toe te groeien.
Mooi aan de buitenkant
Toen ik binnenkwam, viel haar kleur me meteen op. Ze is een schimmel, maar haar vacht had een mooie, diepe kleur en ze blonk als een spiegel. Daar zie je aan dat er in de voeding en het management al veel beter klopt.
Maar een paard dat er prachtig uitziet, kan in het lichaam nog steeds iets anders vertellen.
Toen ik haar hals voelde, vond ik die opnieuw te recht en te strak. Vanuit de schoft miste ik de mooie, vloeiende lijn naar voren. Lizzy heeft dat altijd wel een beetje gehad, maar nu de rest van haar lichaam zich verder ontwikkelt, valt het juist méér op.
Ook haar hoeven spelen daar in mee. Links is hoger, was nu niet prioriteit, ik vond dat de platte nu omhoog moet anders gaat ze nooit de hoge belasten. Maar dat is moeilijk als ze in de wei altijd een voorkeur heeft.
Het beslag zat er nu ongeveer vijf weken onder en toch voelde ik alweer wat dat verschil in het lichaam deed. Bij dit soort paarden vind ik het belangrijk dat je de tussenpozen niet te lang maakt. Het lichaam wacht namelijk niet rustig tot de agenda van de hoefsmid weer ruimte heeft.
Kracht — of de manier waarop ze zichzelf vasthoudt?
Toen ik over haar rug ging, dacht ik:
Jezus Christus.
Niet overal. In het midden van de rug viel het mee. Maar rond de lendenen was ze hard. Niet hard omdat daar zoveel mooie, functionele kracht zat, maar hard van het tillen en omdat de kracht (energie) vanuit de achterhand niet de billen in vloeit, maar naar de rug.
Lizzy is van nature een vrij smal en rechtgelijnd paard. Als je haar ziet lopen, lijkt het alsof ze achter een beetje gebukt loopt. Ze kan haar achterbenen wel bewegen, maar ze vouwt ze nog niet echt onder haar lichaam.
Ik zeg dan altijd: zo’n paard loopt vanuit de rug.
Je ziet vaak dat deze paarden aan de achterkant ook minder mooie, ronde billen ontwikkelen. Ze tillen en stabiliseren zichzelf met de bovenkant van de rug en de schoft, in plaats van dat ze zichzelf van onderaf dragen vanuit de benen, het centrum en de achterhand.
Dat vasthouden voelde ik niet alleen in haar lendenen. Ook de ademhaling en de beweging van de ribben deden onvoldoende mee. Er was weinig lengtebuiging en weinig ruimte om door het hele lichaam uit te ademen.
Het zat niet muurvast, zoals ik dat bij andere paarden soms voel. Maar voor dit paard, met hoe ze eruitziet en hoe de rest van haar lichaam inmiddels aanvoelt, was het te strak.
Wat eruitziet als kracht, is soms alleen de manier waarop een paard zichzelf overeind houdt.
Draaien is nog geen buigen
Ik begon aan de linkerkant en heb veel met haar hals gewerkt. Alle punten die iets te vertellen hadden, de halswervels en vooral de overgang rond de zevende halswervel en de schoft. Ik wilde dat ze daar ruimte ging maken en haar schouders los kon laten.
Lizzy draait haar hals wel naar links, maar ze buigt niet mooi door haar hele lichaam.
Ze kantelt. Roteert elders in het lichaam.
De hals komt om mij heen, maar ondertussen trekt ze een heup op en komt haar buik mijn kant op. Ze maakt als het ware een slangenvolte van haar lichaam om maar niet werkelijk lateraal te hoeven buigen.
Dat is slim. Het is alleen niet de beweging waarnaar ik vroeg.
Voor een echte lengtebuiging moet ze haar eigen benen kunnen dragen, achter goed kunnen staan en voor durven loslaten. En precies daar zit voor Lizzy nog het vraagstuk.
Ik bleef rustig doorwerken. Eerst de hals, daarna de schoft en de schouder. Met mijn eigen lichaam gaf ik haar aan:
“Nee, deze horen er ook bij. Ik wil niet alleen je hals. Ik wil de hele beweging.”
Ik hoef daar geen gevecht van te maken. Maar als ik weet dat haar lichaam het kan, neem ik ook geen genoegen met een creatieve omleiding.
Als ik klaar ben, moet het beter zijn. Punt.
Eerst op kracht, daarna met finesse
Met stenen heb ik de wervelkolom en het omliggende weefsel aangezet. Daar had Lizzy nogal een mening over; haar lip deed gezellig mee. Ze is nuchter genoeg om behoorlijk wat druk te kunnen verdragen en sommige stukken vond ze juist heerlijk.
Het schommelen van het voorbeen ging goed. Het strekken vond ze minder vanzelfsprekend. Maar dan kijk ik nooit alleen naar het been of de schouder.
Ik kijk langs de hele lijn: vanaf de triceps en de elleboog, via de latissimus richting de rug en de lendenwervel 18. Wat gebeurt er verderop in het lichaam wanneer ik dat been naar voren vraag? Waar houdt ze vast? Waar verandert de lijn? Waar verzint ze een andere beweging om onder mijn vraag uit te komen?
De ribben, rug en lendenen heb ik uitgebreid meegenomen. Ik vond rond de buik en achterhand verschillende plekken waar het weefsel niet mooi meegaf. Ook de gluteus en het gebied rond de zitbeenknobbel, onder de staart en bij de staartaanzet vroegen aandacht.
Aan de rechterkant was het duidelijk moeilijker.
Haar kaak voelde daar vaster en ze wilde ook de hals minder makkelijk naar rechts buigen. Vooral bij de brachio moest ik behoorlijk doorvragen. Dat neemt ze me op zo’n moment niet direct in dank af. Lizzy heeft namelijk niet veel tussenstanden: het is niets, alles en weer terug.
Ze kan dan ineens net naast me bijten. Niet omdat ze de hele sessie boos of gespannen is, maar omdat ze heel duidelijk zegt:
“Dit wil ik niet.”
Prima. Dan weet ik waar het gesprek zit.
Ik wil wel dat ze communiceert, maar ik wil ook dat ze ontdekt dat haar lichaam meer mogelijkheden heeft dan de bewegingen die ze zelf het liefst kiest.
Alles moet mee kunnen bewegen
Ik heb veel getwist en gepalpeerd: naar links buigen, naar rechts buigen, een stukje rollen, weer terug en opnieuw voelen. Niet om haar eindeloos heen en weer te duwen, maar om te controleren of alle delen van haar lichaam kunnen meebewegen.
Soms moest ik op een uitademing eerst wat krachtiger duidelijk maken welke richting ik bedoelde. Zodra ze begreep wat ik vroeg en haar lichaam begon te volgen, kon ik het veel kleiner en zachter overnemen.
Eerst duidelijkheid. Daarna finesse.
Dat doe ik alleen zolang er rust in het hoofd blijft. Een paard dat in paniek raakt of zich mentaal afsluit, ga ik niet verder opvouwen omdat het technisch gezien zou moeten kunnen. Lizzy bleef rustig. Sommige delen vond ze zelfs zo lekker dat ze er zelf tegenaan begon te duwen.
Ook rond de knie en de verbindingen aan de achterkant voelde en hoorde ik beweging. Links hoorde ik de knie een paar keer ploppen. Niet omdat Lizzy kreupel loopt — ze kan haar been buigen en gebruiken — maar het sluit voor mijn gevoel nog niet stevig genoeg aan vanuit het geheel.
Mijn advies is daarom om haar achterhand gericht en krachtig verder op te bouwen. Lekker door het water, de benen buigen. En als het ploppen blijft, het voor de zekerheid door een dierenarts te laten beoordelen.
Niet langer tillen vanuit de rug
Toen ik klaar was, is Laura met Lizzy gaan stappen. Achter zag ik haar nog wat wiebelen.
En precies daar werd zichtbaar wat ik onder mijn handen al voelde.
Wanneer ik het harde van haar rug afhaal, haal ik niet haar kracht weg. Ik haal de oplossing weg waarmee ze zichzelf tot nu toe overeind heeft gehouden.
Daarna moet de echte stabiliteit nog worden opgebouwd.
Lizzy moet leren staan als een huis: vanuit haar benen, haar centrum en haar achterhand. Niet langer tillen vanuit haar rug en schoft, maar dragen van onderaf. Daarvoor moeten de billen zich verder ontwikkelen en moet ze haar achterbenen meer leren buigen en naar voren wegzetten.
Laura krijgt daarom mee om dat buigen en dragen veel bewuster in de training te vragen. Ze stretcht haar voorbenen al regelmatig laag naar voren om ruimte rond het schouderblad te krijgen. Maar ook die schouder kan pas werkelijk loslaten wanneer Lizzy achter voldoende balans heeft om de voorkant niet langer nodig te hebben als reddingsboei.
Je kunt de voorkant niet werkelijk losmaken zolang het paard zich daar nog aan vast móét houden.
Ik heb ook geadviseerd om vitamine E toe te voegen en het leverperspectief mee te nemen, passend bij haar rantsoen met een hoger vetgehalte. Niet omdat Lizzy er slecht uitziet — integendeel — maar omdat de weefsels ondanks haar mooie conditie nét te strak en te stug blijven. Ik wil niet alleen voeding aan de buitenkant zien. Ik wil de groei en verandering ook onder mijn handen terugvoelen.
Na afloop heb ik Lizzy bedankt en hebben we even geknuffeld. Laura's Mini-me Vince was er ook bij en heeft zich kostelijk vermaakt met alles wat oma met zo’n paard uitspookt.
Lizzy stond beter en liep beter weg. Nu is het aan Laura om te voelen wat er tijdens het rijden veranderd is en wat ze verder mag gaan opbouwen.
Want een massage kan ruimte maken. De rug was beduidend zachter, lengtebuiging links en recht nu mogelijk, zelfs zonder rotatie, paard stond op 4 benen.
Maar daarna moet een paard die ruimte wel leren gebruiken.