Onder mijn handen 17| Ian - van een vierkantje naar een rechthoekje

Jul 30, 2026
van vierkantje naar rechthoekje

Onder Mijn Handen | 17

Ian – van een vierkantje naar een rechthoekje

Sommige paarden komen voor het eerst onder mijn handen en dan moet ik nog ontdekken wie ik voor me heb.

Bij Ian is dat anders.

Ik ken hem al vanaf zijn jeugd en heb hem door de jaren heen gemasseerd wanneer dat nodig was. Ik weet hoe hij gebouwd is, hoe hij beweegt, waar zijn kracht zit en vooral ook hoe handig hij kan zijn in het nét niet doen van wat je van hem vraagt.

Ian is een indrukwekkend paard. Heel vierkant gebouwd, een enorm front, een lange hals en een echte powerhouse. Hij kan goed op zijn achterbeen zitten en traint inmiddels de passage en piaffe.Alleen kan een paard ook op het achterbeen zitten zonder dat die kracht automatisch goed door zijn lijf stroomt.

Ian heeft de neiging zijn buik iets te laten hangen. De power is er wel, maar wordt niet vanzelf vanuit de achterhand, door de romp en over de rug naar voren aangeboden. De harmonica werkt dan niet helemaal door. Zijn core en de verbinding tussen de boven- en onderlijn moeten echt aangezet worden.

Dat weten Christel en ik niet sinds gisteren. Jaren geleden heeft Ian lichamelijke problemen gehad. Christel vertelde daar tijdens een webinar over prioriteiten heel open over. Ook professionals lopen tegen situaties aan waarin ze voelen dat iets niet klopt, terwijl het antwoord niet onmiddellijk zichtbaar is.

Dat is misschien wel belangrijker om te vertellen dan alle keren waarop het vanzelf goed gaat.

Christel kent haar paarden door en door. Ze voelt tijdens het rijden precies wanneer iets anders is dan anders. Ik ken Ian onder mijn handen en zie en voel hoe hij zijn lichaam gebruikt. Door de jaren heen hebben we geleerd om die informatie niet tegenover elkaar te zetten, maar naast elkaar.

Zij vertelt wat ze tijdens het rijden voelt.
Ik vertel wat ik zie en onder mijn handen tegenkom.
We bekijken video’s, vergelijken links met rechts en proberen te begrijpen waar de beweging verandert.

Niet om elkaar gelijk te geven, maar om Ian verder te helpen.

En omdat Christel en ik allebei nogal pietje-precies zijn, kunnen we daar behoorlijk lang op zitten pielen. Een ander ziet misschien een prima wissel. Wij zien dat hij aan de ene kant mooi recht doorspringt en zich aan de andere kant nét buiten de massa plaatst.

Geen enorme fout. Wel informatie.

Eerst de juiste combinaties

Op 25 juli liepen we tijdens de casusdag met alle studenten naar de stal. De paarden stonden ons al nieuwsgierig op te wachten.

Ik moest eerst even ‘inzoomen’, zoals ik dat noem. Welke studenten zet ik bij welk paard?

Ik wil dat studenten tijdens zo’n dag groeien. Ze moeten dus een paard krijgen waarbij precies datgene wordt aangesproken waarin zij nog een volgende stap kunnen zetten. Tegelijkertijd wil ik dat de paarden er beter van worden. De combinatie moet voor beiden kloppen.

Dat vind ik stiekem bijna het leukste onderdeel: kijken of de koppels in de praktijk uitpakken zoals ik in mijn hoofd heb bedacht.

Joelle en AnneMarie kregen Ian.

Joelle heeft meer ervaring, maar kan soms wat groot worden in haar aanpak. AnneMarie trekt zich juist eerder terug en maakt zichzelf soms te klein.

Voor Joelle was Ian interessant omdat zij net een nieuw, groot paard heeft dat nog aan het begin van zijn ontwikkeling staat. Ian is al veel verder opgeleid. Bij hem kon zij voelen waar je met zo’n groot lijf en zoveel vermogen later tegenaan kunt lopen.

Voor Ian koos ik Joelle omdat zij hem wel in beweging zou zetten en op zoek zou gaan naar de verbinding.

AnneMarie moest van Ian leren dat je zijn respect niet krijgt door voorzichtig aan de zijlijn te blijven staan. Bij hem moet je er zijn. Niet hard, maar duidelijk.

Een win-win-winsituatie dus.

Anders begin ik er liever niet aan.

Met zijn tenen de grond in

Ian werd uit de stal gehaald en ik dacht even dat de dames hem gingen testen. Maar ze besloten buiten te werken, omdat ze daar meer ruimte hadden.

Dat bleek een heel goede keuze.

Nu kon ik namelijk zien hoe Ian in de bak ging staan. Hij drukte zijn tenen de grond in.

Op het eerste gezicht is dat maar een klein detail. Als je niet weet waarnaar je kijkt, zie je het misschien niet eens. Maar ik kijk al heel lang naar paarden en ik weet wat ik wil zien. Daarom bleef ik wat langer observeren.

Hij bleef het doen.

Door zo op zijn tenen te gaan staan, kon Ian zijn buik makkelijker laten hangen. Dat lijkt misschien los te staan van wat er tijdens het rijden gebeurt, maar dat doet het natuurlijk niet. Een paard oefent zijn lichaam de hele dag. Ook de manier waarop hij stilstaat, bepaalt welke structuren hij gebruikt en welke hij juist ontziet.

Je kunt masseren en trainen wat je wilt, maar als een paard de rest van de dag een houding kiest waarmee hij de verbinding uit zijn romp haalt, werk je voortdurend tegen die gewoonte in.

Daarom kwam later ook het advies om hem regelmatig op harde bodem in en uit te stappen. Niet alleen voor zijn voeten en de doorbloeding, maar ook om hem bewuster te laten landen en zijn voet anders neer te laten zetten.

Ian doet het nét niet

AnneMarie begon met masseren, maar bij Ian mocht daar behoorlijk meer power in.

Niet omdat ze niet goed masseerde. Voor haar was dit binnen Licentie 4 juist de volgende stap: bewuster worden van de beweging die je met je handen vraagt en leren herkennen hoe een paard daaronderuit probeert te komen.

Ik deed een aantal dingen voor.

Wanneer ik laterale buiging vroeg, boog Ian zijn kaak nét niet helemaal. Aan de achterkant roteerde hij licht mee en hij wilde niet vierkant blijven staan.

Voor iemand die alleen naar de hals kijkt, lijkt het alsof hij bijna doet wat je vraagt.

Maar zijn lichaam vertelt iets anders.

Ian verplaatste de beweging. Hij gaf een antwoord, maar niet op de plaats waar ik de vraag had gesteld.

Dat is zijn handigheid. Hij zegt eigenlijk:

“Tot hier ga ik met je mee. Verder niet.”

Je moet bij hem dus niet harder gaan trekken of duwen. Je moet preciezer worden. Zien wat hij met de rest van zijn lichaam doet en zorgen dat hij de gevraagde beweging niet ergens anders kan oplossen.

Het was mooi om te zien hoe bij AnneMarie de kwartjes vielen. Niet omdat ze ineens een andere massagetechniek leerde, maar omdat ze begon te zien wat Ian werkelijk deed.

De harmonica aanzetten

Toen de basis was aangezet, gingen Joelle en AnneMarie verder met fascia-stretchingen en pulsen uit de module Motion & Mind.

Dat was bij Ian belangrijk. Zijn probleem zat niet in een gebrek aan kracht. Kracht heeft hij genoeg.

Wat hij nodig had, was bewustwording en verbinding in zijn lijf.

De bovenlijn en onderlijn moesten weer samen gaan werken. De buik moest zich optrekken, zodat de romp gedragen werd en de kracht vanuit de achterhand over de rug naar voren kon stromen.

Of zoals ik het noem: de harmonica moest weer aan.

Je zag Ian nadenken. Af en toe keek hij naar Christel alsof hij wilde zeggen:

“Mama, help even. Ze willen iets van me.”

Maar hij bleef erbij en ging het steeds beter doen.

Dat vond ik misschien nog wel het mooiste. Ian is in de loop der jaren veel zachter en toelaatbaarder geworden. Waar hij vroeger sneller zijn grens neerzette, ging hij nu werkelijk op zoek naar het antwoord.

Toen hij eenmaal begreep wat er gevraagd werd, bleek opnieuw hoe elastisch hij eigenlijk is. Aan zijn vierkante bouw zie je dat niet onmiddellijk af, maar zodra de verbinding aangaat, kan hij enorm veel.

Bijna de beste die ik ooit gevoeld heb

Diagonaal was Ian tijdens deze casusdag bijna het beste paard dat ik ooit in mijn handen heb gehad.

Dat is een heel goed teken.

Zijn diagonale verbindingen waren sterk. Waar hij nog moeite mee had, was juist het rechte, laterale verbinden van voren naar achteren. In de buiging kan hij veel oplossen. Wanneer hij echt recht moet blijven, wordt het moeilijker.

En laat dat nu precies overeenkomen met wat Christel en ik op de video’s van zijn wissels zagen.

Naar de ene kant springt Ian mooi recht door. Naar de andere kant plaatst hij zichzelf nét buiten de massa.

Tijdens het masseren vonden Joelle en AnneMarie bovendien een oud spiertrauma in de rechter gluteus. Dat kon verklaren waarom hij niet aan beide kanten even recht wilde worden en rechts niet op dezelfde manier wilde dragen als links.

De studenten hadden dus niet alleen ‘een strak stukje’ gevonden.

Ze hadden gevoeld wat Christel tijdens het rijden ervaart en wat wij op de video terugzien. Vervolgens konden ze dat vertalen naar de functie van het lichaam en naar bruikbare informatie voor de eigenaar en ruiter.

Dát is wat studenten tijdens een casusdag leren.

Niet alleen voelen dát rechts anders is dan links.

Maar begrijpen:

  • waar de beweging begint;
  • in welke richting de verbinding ontbreekt;
  • hoe het paard daarvoor compenseert;
  • wat de ruiter daarvan tijdens het rijden merkt;
  • en hoe massage, fasciawerk, training en management elkaar kunnen ondersteunen.

Van een vierkantje naar een rechthoekje

Na het werk van Joelle en AnneMarie stond Ian zichtbaar anders.

Zijn buik hing niet meer naar beneden. Hij trok hem op en verbond de dorsale en ventrale lijn met elkaar. Zijn romp werd meer gedragen en zijn lichaam kwam langer tot zijn recht.

We hadden hem, zoals ik het die dag noemde, van een vierkantje een rechthoekje gemaakt.

Christel en ik waren supertrots op Ian omdat hij zich zo goed had laten meenemen. Maar minstens zo trots waren we op Joelle en AnneMarie. Zij hadden niet zomaar een paard gemasseerd. Ze hadden gekeken, gevoeld, beredeneerd, aangepast en uiteindelijk werkelijk iets in zijn totale beweging veranderd.

Christel reed Ian daarna en stuurde:

“In stap veel ruimte en beweging. Draf begon wat slapjes…”

Dat slappe begin verbaast mij niet. Als je een paard vraagt zijn lichaam anders te organiseren, moet hij dat eerst opnieuw bij elkaar zoeken. De oude spanning helpt hem dan niet meer om zichzelf vast te houden. Hij moet de nieuwe verbinding actief leren gebruiken.

Meer ruimte betekent dus niet altijd dat een paard direct spectaculairder voelt.

Soms voelt hij eerst even minder ‘bij elkaar’, juist omdat hij niet meer op zijn oude manier kan compenseren.

En dan begint het echte werk: die nieuw ontstane ruimte in de training leren gebruiken.

Niemand hoeft het alleen te weten

Wat deze casus voor mij zo mooi maakt, is niet alleen de ontwikkeling van Ian.

Het laat ook zien wat er kan gebeuren wanneer verschillende mensen hun kennis werkelijk naast elkaar durven te leggen.

Christel hoeft als professionele ruiter en instructrice niet alle antwoorden alleen te hebben. Ik hoef vanuit mijn handen niet te bepalen wat er onder het zadel moet gebeuren. En onze studenten hoeven niet te doen alsof zij na één massage het hele paard doorgrond hebben.

Christel voelt.
Ik kijk en voel.
We analyseren de video.
Studenten onderzoeken het lichaam.
Bevindingen worden teruggekoppeld.
Daarna kijken we opnieuw naar het rijden.

Zo werken Christel en ik inmiddels al jaren.

Niet één expert die roept wat het probleem is, maar een team dat steeds opnieuw kijkt wat Ian op dát moment nodig heeft.

Want een paard verandert.

Training verandert hem. Massage verandert hem. Management, voeding, beweging en eerdere lichamelijke problemen hebben allemaal invloed op wat hij vandaag kan laten zien.

En iedere verbetering zorgt weer voor een nieuwe vraag.

Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet wie er gelijk heeft.

Misschien is de vraag hoeveel verder een paard kan komen wanneer professionals, ruiters en studenten hun kennis werkelijk met elkaar verbinden.

Want als twee studenten tijdens een casusdag kunnen voelen wat een ervaren ruiter in de wissels merkt…

hoeveel missen we dan wanneer we alleen blijven kijken vanuit ons eigen vakgebied?

Liefs, Angelique