Onder mijn handen 15 | De voorkant die niet meer deint

alles wat beweegt verandert massage hippique massage paard rompophanging paard Jun 18, 2026

Onder Mijn Handen #15 – De voorkant die niet meer meedoet

Even een gedachtegang.

De laatste twee, drie weken kom ik iets opvallend vaak tegen. Eigenlijk zie ik het al jaren, maar soms gebeurt er iets geks. Dan zie je in korte tijd hetzelfde patroon drie, vier of vijf keer terugkomen en dan weet ik inmiddels dat ik daar weer eens goed naar moet kijken. Zo zijn trouwens bijna alle cursussen ontstaan. Niet omdat ik een cursus wilde maken, maar omdat ik ergens tegenaan bleef lopen en dacht: hier missen mensen iets.

Niet dat ik hier nu een nieuwe cursus van ga maken, maar ik wil jullie er wel op attent maken. Misschien ga je er dan zelf ook eens beter naar kijken.

Ik zeg de laatste tijd steeds vaker tegen studenten dat ze moeten afwisselen tussen de bovenlijn en de onderlijn. Als je aan de onderkant voelt, wil je boven iets zien gebeuren. Als je boven voelt, wil je onder een reactie krijgen. In de rug doen veel mensen dat inmiddels vanzelf. Sommige studenten heb ik eindelijk zover gekregen dat ze niet alleen naar het bekken kijken, maar ook voelen of een paard daadwerkelijk gaat zitten, of er beweging ontstaat. Maar wat mij opvalt, is dat we aan de voorkant vaak veel minder kritisch zijn.

Terwijl daar misschien wel net zoveel informatie zit.

Tussen die voorbenen horen borstspieren te liggen. En als ik heel eerlijk ben, heb ik de afgelopen tijd misschien twee of drie paarden onder mijn handen gehad waarvan ik dacht: ja, zo hoort dat. Daar liggen mooie borstspieren en daar zit ook daadwerkelijk beweging in.

Wat ik veel vaker voel is hard. Strak. Alsof er één grote plaat onder hangt.

Je voelt geen mooie overgang meer tussen borstbeen en spier. Geen duidelijke linker- en rechterkant. Geen structuur die afzonderlijk beweegt. Terwijl die borstspier eigenlijk heel mooi gevormd hoort te zijn. Ik vergelijk hem vaak met een varkenshaas. Vooraan wat voller, wat dikker, en dan langzaam uitlopend naar achteren onder de singel door.

Natuurlijk ziet dat er bij ieder paard anders uit. Een draver heeft andere borstspieren nodig dan een compact gebouwd dressuurpaard. Een draver moet veel meer lengte kunnen maken. Niet alleen om het voorbeen naar voren te brengen, maar juist ook om het voorbeen lang genoeg naar achteren te laten reizen voordat het weer opgepakt wordt. Daar ontwikkel je die spieren mee.

Als paarden te veel onderstandig staan of onvoldoende ruimte hebben tussen de voorbenen, zie je vaak al dat die ontwikkeling achterblijft.

Maar daar zit eigenlijk mijn grootste zorg niet.

Die spier is niet het probleem.

Waar ik mee zit, is dat de romp niet meer glijdt tussen de voorbenen.

Dat vergeten we soms.

De romp hangt daar niet met botten aan vast. Dat hele systeem wordt gedragen door spieren, bindweefsel en andere weke delen. Dat moet kunnen bewegen. Dat moet kunnen veren. Dat moet kunnen deinen.

En juist dat zie ik steeds minder.

Ik zie paarden die in adductie staan. Ik zie paarden die achter problemen hebben en daardoor alles voor moeten opvangen aan de voorkant. Ik zie paarden die spanning hebben opgebouwd. Paarden met een minder gunstige voetstand. Paarden die jarenlang geleerd hebben om vooral vast te houden in plaats van te bewegen.

Wat krijg je dan?

Dat die romp als het ware vast komt te zitten tussen de voorbenen en tussen de schouderbladen.

Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je onder het paard palpeert. Normaal gesproken wil ik dan boven een reactie zien. Ik wil dat die bovenlijn iets omhoog komt. Dat er beweging ontstaat. Maar bij veel paarden gebeurt dat niet meer. Andersom zie je hetzelfde. Palpeer je boven bij de schoft, dan reageert de onderkant nauwelijks.

Soms pak ik er een steen bij als ik echt wil weten of er nog ergens beweging zit. Niet omdat die steen magisch is, maar omdat ik soms wat royaler wil kunnen voelen. Ik wil weten of ik nog reactie krijg. Of er nog verbinding zit tussen wat ik onder voel en wat er boven gebeurt. Maar voordat ik dat doe, wil ik eerst overal rondom die romp gewerkt hebben.

Ik wil voelen dat de brachiocephalicus weer wat ruimte heeft gekregen. Dat er beweging ontstaat in de overgang tussen hals en schouder. Dat de borstspieren niet meer als een plank aanvoelen. Dat ik bij de serratus aan de voorkant en de achterkant iets van functie terugzie. Dat de triceps niet meer alles staan vast te houden. Dat de ribben weer een beetje meedoen.

Want uiteindelijk ben ik niet op zoek naar los. Los vind ik een vreemd woord.

Ik ben op zoek naar functie.

Ik wil dat die voorkant weer gaat doen waarvoor hij bedoeld is. Dat hij gaat veren. Dat hij gaat deinen. Dat hij weer als een schokdemper gaat werken. En juist dat deinen zie ik steeds minder.

Misschien valt het me daarom zo op.

Ik zie veel paarden die op de voorkant zijn gaan leven. Door adductie. Door voetstanden. Door spanning. Door een manier van rijden waarbij ze nooit echt lengte naar voren hebben geleerd. We zeggen dan vaak dat het paard met zijn neus naar voren moet, maar daar bedoel ik eigenlijk iets anders mee. Ik bedoel dat een paard van achteruit moet gaan dragen, moet gaan buigen, moet gaan klimmen in de schoft en daardoor ruimte krijgt aan de voorkant.

Want geloof me, je kunt aan die voorkant werken wat je wilt, maar als de achterkant niet meedoet blijf je bezig.

Als een paard niet vanuit achter leert bewegen, blijft de voorkant compenseren.

Dat zie ik iedere keer weer terug.

Daarom kijk ik uiteindelijk altijd verder dan die borstspieren. Die vertellen me vaak alleen waar het probleem zichtbaar wordt. Niet waar het ontstaan is.

Pas daarna ga ik mobiliseren. Dan ga ik kijken wat er gebeurt als ik een voorbeen naar voren neem. Niet alleen een beetje opzij zoals we vaak doen, maar echt naar voren. Krijg ik lengte? Wil het paard zich laten zakken op dat been? Blijft hij kijken in de lijn van zijn voorbeen zodat het schouderblad mee naar voren schuift?

Daar zie je soms de mooiste dingen gebeuren.

Maar soms zie je ook precies waar het vastloopt.

Van de week had ik een paard dat bij zo'n beweging een achterbeen optilde. Niet omdat hij vervelend wilde doen, maar omdat hij simpelweg te kort was geworden om die beweging nog te maken. Een ander ging achter knijpen. Weer een ander wilde geen rek toelaten. Het zijn allemaal aanwijzingen. Het lichaam vertelt je precies waar het moeite mee heeft, als je bereid bent om te kijken.

Dus als ik jullie iets wil meegeven uit deze gedachtegang, kijk dan eens wat vaker naar die voorkant. Niet alleen naar de spier. Niet alleen naar de schouder. Maar naar de manier waarop die hele romp tussen de voorbenen beweegt.

Of misschien beter gezegd: naar de manier waarop hij soms niet meer beweegt.

De meesten noemen het de thoracic sling. Hoe je het ook noemt, het moet kunnen veren, deinen en bewegen. Als die functie behouden blijft, zie je vaak ook dat de ademhaling makkelijker blijft, dat de ribben blijven meewerken en dat paarden prettiger vanuit de schoft kunnen bewegen.

Dit is niet iets wat ik ineens ontdekt heb. Ik kom het al jaren tegen. Alleen de afgelopen weken kwam ik het twee keer achter elkaar zo extreem tegen dat ik dacht: hier moet ik iets mee. Niet in de vorm van een nieuwe cursus, maar wel als een herinnering om er weer eens bewust naar te kijken.

Dus als je de komende tijd een paard onder je handen hebt, voel dan niet alleen naar de spieren. Kijk eens of die romp nog glijdt tussen de voorbenen. Kijk of er nog vering zit. Kijk of er nog beweging zit.

En als ik je nieuwsgierig heb gemaakt naar hoe die voorkant samenwerkt met de rest van het lichaam, dan ga je daar in Licentie 3 nog veel meer van terugzien. Bij het diafragma kijken we uitgebreid naar de verbindingen rondom deze regio en naar de invloed op beweging, ademhaling en houding. Bij fascia leer je juist begrijpen hoe die lijnen door het hele lichaam met elkaar verbonden zijn en waarom een beperking die je aan de voorkant voelt, lang niet altijd daar ontstaat.

Want uiteindelijk blijft voor mij dezelfde vraag interessant:

Beweegt het paard zoals het lichaam bedoeld is om te bewegen?

Alles wat beweegt, verandert.

 

Heb je vragen kun je altijd contact met me opnemen

persoonlijk gesprek