Teamwork rond het sportpaard: voelen, rijden en gericht onderzoeken

internationaal springpaard massage paard onder mijn handen paard lengtebuiging paardensport met kennis paardenwelzijn sportmassage paard therapeut en dierenarts paard May 28, 2026
Angelique voelt een sportpaard tijdens een massage en onderzoekt samen met ruiter en dierenarts hoe het paard beter kan bewegen.

Teamwork rond het sportpaard: voelen, rijden en gericht onderzoeken

Ik was weer bij een paard dat ik nu voor de derde keer deed. Een grote bruine ruin van twaalf jaar, internationaal springpaard, een paard met veel vermogen en veel kracht. Hij heeft een tijd terug een blessure gehad, maar is daar al langere tijd van hersteld. Deze keer vond ik hem in zijn geheel beter. Hij voelde gladder in zijn huid, zachter in zijn lijf en hij stond er beter bij dan de vorige keren.

Maar dit verslag gaat eigenlijk niet alleen over wat ik onder mijn handen voelde. Dit gaat vooral over samenwerking.

Want soms voel je als masseur of therapeut iets in een lichaam waarvan je denkt: hier gebeurt iets wat niet helemaal logisch is. Niet dat je dan meteen weet wat er medisch aan de hand is, want dat is niet mijn rol. Maar je voelt wel hoe spieren zich gedragen, hoe het lichaam reageert, waar een paard niet wil zakken, niet wil openen of niet wil doorlaten. En als je dat goed kunt vertalen naar de ruiter of eigenaar, kan dat waardevol zijn. Niet als conclusie, maar als informatie.

Bij dit paard was dat precies wat er gebeurd was.

De vorige keer had ik aangegeven dat ik niet blij was met het gebied rond zijn hals, schouder en de overgang naar de voorkant. De eigenaresse had ook aangegeven dat er iets net niet lekker ging en dacht aan dingen lager in het been. Misschien de kogel, misschien de polsgewrichten, misschien iets in die richting. Dat is logisch, zeker bij een springpaard, want als een paard niet fijn landt of niet goed wegkomt, kijk je al snel naar de onderkant. Maar onder mijn handen bleef ik uitkomen bij dat stuk waar hij niet goed kon openen. Het zat voor mijn gevoel niet helemaal waar iedereen eerst keek. Het zat meer richting hals uit de schouder, net vóór de CTO-overgang, in dat gebied waar zoveel samenkomt.

Ik had dat doorgegeven. Gewoon zoals ik dat doe. Niet met grote woorden, maar met: hier blijft hij niet lekker, hier wil hij niet zakken, hier voel ik dat het lichaam iets niet vrijgeeft.

En toen vertelde de eigenaresse deze keer dat ze daar inderdaad mee naar de dierenarts waren gegaan. De dierenarts had eerst ook vooral lager willen kijken, maar zij had gezegd: kijk toch ook nog even naar die plek bij de hals en schouder, want daar had Angelique het over. En dat bleek nodig. Ze hebben dat gebied in de hals aandacht gegeven en daarna ging hij beter rollen aan de voorkant, beter lopen en makkelijker landen.

Dat vind ik mooi.

Niet omdat ik dan denk: zie je wel, ik had gelijk. Daar gaat het helemaal niet om. Het gaat erom dat je samen rond zo’n paard komt te staan. De ruiter voelt iets onder het zadel. De eigenaar ziet misschien kleine veranderingen in gedrag of herstel. Ik voel iets onder mijn handen. De dierenarts kan gericht onderzoeken. En als iedereen elkaar serieus neemt, dan kom je verder dan wanneer iedereen alleen maar op zijn eigen eilandje blijft staan.

Deze keer ben ik hem opnieuw gaan voelen. Zoals gezegd: hij was beter. Maar hij blijft een paard dat heel erg in kracht denkt. Hij is groot, sterk en hij gebruikt zijn achterbenen graag als motor. Hij lijkt soms een beetje te zeggen: ik zet kracht, ik spring, en verder moet je niet te veel aan mij vragen. Maar voor mij is dat juist een aandachtspunt. Want een paard dat alleen maar kracht gebruikt en te weinig flexibiliteit, lengtebuiging en soepelheid heeft, krijgt op den duur veel impact op zijn lichaam.

Zeker bij een springpaard.

Als een paard groot springt en hij moet landen, draaien, weer afzetten en opnieuw organiseren, dan heb je niet alleen power nodig. Dan heb je ook souplesse nodig. Je wilt dat de beweging door het hele lichaam kan lopen. Dat de rug niet stopt halverwege. Dat het bekken kan meedoen. Dat de ribbenkast kan bewegen. Dat de voorkant kan openen. Anders gaat de voorkant te veel opvangen en kan de achterkant juist gaan stagneren, omdat daar alle kracht wordt vastgezet.

Bij hem ben ik daarom veel bezig geweest met zijn middenstuk. Natuurlijk neem ik altijd het hele paard mee, van voor naar achter en terug, maar mijn aandacht ging vooral naar de ribben, de rug, het bekken en de verbinding naar voren. Ik merk ook dat ik de laatste tijd acupunctuurpunten en meridiaanbanen steeds meer vanzelf meeneem. Niet omdat ik denk: vandaag ga ik dat eens apart doen. Zo werkt het bij mij niet. Ik doe wat het lichaam op dat moment vraagt. Dat is bij groei/tissue-ontwikkeling eigenlijk hetzelfde. Ik richt me niet op één techniek voor de hele check-up. Ik kijk waar het paard om vraagt en daar gaat mijn aandacht heen.

Bij deze ruin voelde het gebied rond de ribben stug. Ik wilde kijken of zijn rug nog goed omhoog en omlaag kon bewegen, of de ribbenkast ruimte had en of hij lengtebuiging kon toelaten. Die lengtebuiging was er niet vanzelf. En dan kom ik vaak weer uit op die core-lijn waar ik veel mee werk: vanuit het tongbeen, door de hals, onder de pectorales door, over de ribben, naar de aanhechtingen en verder richting bekken. Dat is een lijn die ik eigenlijk altijd controleer, omdat daar zoveel informatie in zit.

Bij hem zat daar weinig beweging in.

Toen ik met het bekken ging werken en mijn handen tegen het heupbeen zette om zacht te wiegen, kwam er weinig reactie. Hij werd daar ook niet echt vrolijk van. In het begin had ik hem ook gepalpeerd over de achterhand, zodat hij zijn rug wat bol moest maken. Dan wil ik zien waar die beweging heen loopt. Niet alleen of hij bol wordt, maar of die beweging doorloopt richting schoft en hoofd. Bij hem stopte die lijn in het midden van zijn rug.

En dat hoort niet.

Die beweging moet verder kunnen lopen. Of in ieder geval: je wilt dat het lichaam die mogelijkheid heeft. Heel veel mensen doen wel een bekkenkanteling, maar kijken niet waar die beweging heen gaat. Loopt hij recht door? Loopt hij scheef weg? Roteert het paard? Gaat één kant makkelijker dan de andere? Stopt de beweging ergens? Dat zijn allemaal stukjes informatie. En juist die informatie wil ik hebben.

Want uiteindelijk wil ik dat een paard vierkant en in balans kan staan. Dat hij vanuit die balans lengtebuiging kan pakken. Niet alleen kracht zetten, maar ook soepel blijven.

Ik heb veel gewisseld in technieken. De wervelkolom heb ik goed meegenomen en ook met gua sha gewerkt over de blaaslijnen. Dat is bij mij vrij standaard als ik zie dat de bovenlijn aandacht nodig heeft. Niet als trucje, maar omdat ik wil kijken of ik die bovenkant weer meer beweging en doorstroming kan geven.

Ook in de staart zat spanning. In het begin wilde hij niet goed gaan hangen in de staart. Zeker aan de binnenkant, bij de aanhechtingen van de achterbeenspieren, voelde hij vast. De semimembranosus, semitendinosus, gracilis, dat hele stuk zat niet lekker vrij. Daar ben ik mee bezig geweest. Ook zijn achterbenen heb ik ingevouwen, om te kijken of hij daar meer ontspanning en ruimte kon toelaten. Ik heb ook als tip meegegeven dat ze daar zelf iets mee mogen blijven doen, want dit is een paard dat steeds weer herinnerd moet worden aan buiging, lengte en loslaten.

Na een tijd werd het beter. Niet in één keer, niet met een grote verandering waar je meteen een foto van kunt maken, maar in het lichaam kwam iets meer mogelijkheid. Toen heb ik mijn handen op zijn middenstuk gezet en ben ik heel langzaam gaan wiegen van links naar rechts. Gewoon wachten. Niet forceren. Niet sneller willen dan het paard. Wachten tot hij daarin ging zakken en het ging accepteren. En dan kun je voelen waar de beweging heen gaat. Of er eindelijk wat lengtebuiging komt.

En die kwam.

Hij corrigeerde zichzelf een beetje. Dat vind ik altijd een mooi moment. Want dan ben ik niet iets aan het maken. Dan geef ik het lichaam informatie en het paard zoekt zelf een betere organisatie. 

Maar dat heeft tijd nodig. Dit vertel ik nu in een paar alinea’s, maar ik ben ongeveer een uur met hem bezig geweest. En hij blijft een paard dat aan de voorkant graag een beetje terugvouwt. Daar ben ik aan het einde nog mee bezig geweest.

Toen kwam de eigenaresse terug en vroeg hoe het was met zijn nek uit de schouder. En toen kwam dat hele verhaal van de vorige keer weer terug. Dat ze hem dus hadden laten nakijken. Dat de dierenarts eerst meer richting kogel of polsgewricht dacht, maar dat zij had gezegd dat er toch ook naar die hals-schouderplek gekeken moest worden, omdat ik daar de vorige keer niet blij mee was.

Dat gebied bleek inderdaad aandacht nodig te hebben. En daarna was hij beter gaan bewegen. Beter aan de voorkant gaan rollen. Makkelijker gaan lopen. Makkelijker landen.

En dat is precies waarom ik dit verhaal belangrijk vind.

Als masseur voel ik geen diagnose. Ik voel gedrag van weefsel. Ik voel waar een paard vasthoudt, waar hij niet wil zakken, waar hij niet kan openen, waar de beweging stopt of verdwijnt. De ruiter voelt iets anders: dat hij onder het zadel misschien wel aanzet en springt, maar niet spontaan genoeg doorvloeit. Dat hij altijd even nadenkt voordat hij iets doet. Dat hij de wending niet vanzelf pakt. Dat het snelle, flexibele, soepele stuk ontbreekt.

En dat vertelde zij ook. Ze zei dat wat ik beschreef in zijn lijf, zij letterlijk zo voelt tijdens het rijden.

Dat vind ik belangrijk. Want dan vallen de puzzelstukjes samen. Niet omdat één iemand alles weet, maar omdat iedereen een ander deel van het paard ziet of voelt. De ruiter voelt de beweging. De eigenaar kent het paard. Ik voel het lichaam. De dierenarts kan medisch kijken. En samen kun je veel preciezer worden.

Voor mij is dat hoe het zou moeten zijn rond een sportpaard. Niet wachten tot er echt iets misgaat. Niet pas kijken als het paard kreupel is of niet meer wil. Maar op tijd voelen, overleggen, doorverwijzen waar nodig en elkaar serieus nemen.

Daar zit ook mijn kernvisie in. Alles wat beweegt verandert. Maar als beweging ergens stopt, moet je willen weten waarom. Het paard bepaalt daarin altijd de grens. Je kunt met je handen veel vragen, maar het lichaam laat zien wat het wel en niet kan toelaten.

Bij deze ruin is er al verbetering. Hij is zachter, gladder en meer doorlaatbaar dan de vorige keren. Maar hij heeft nog steeds werk nodig in die flexibiliteit, in die lengtebuiging, in het doorvloeien van achter naar voor. Niet omdat hij niet goed genoeg is, maar omdat hij op dit niveau juist niet alleen op kracht moet blijven functioneren.

Kracht is prachtig. Maar kracht zonder souplesse wordt zwaar voor een lichaam.

En daarom vond ik dit zo’n mooi voorbeeld van samenwerken. Niet de masseur tegenover de dierenarts. Niet de ruiter die zich niet gehoord voelt. Niet de eigenaar die maar moet gokken. Maar een team dat samen naar hetzelfde paard kijkt.

Dat is uiteindelijk waar het om draait.

Dat het paard beter kan bewegen. Beter kan landen. Beter kan herstellen. En dat wij leren luisteren naar wat hij op verschillende manieren probeert te vertellen.

Heb je vragen kun je altijd contact met me opnemen

persoonlijk gesprek