Zadel aanpassen of eerst naar het paard kijken?
May 21, 2026
Wanneer een paard smaller wordt, terwijl hij in training juist sterker zou moeten worden, is het belangrijk om niet alleen naar het zadel te kijken, maar ook naar de oorzaak in het lichaam, de schoft, de schoudervrijheid en de rompophanging.
Ik ben weer bij een paard geweest dat ik al vaker heb gedaan. Niet iedere paar weken strak op schema, maar wel met enige regelmaat en soms met wat grotere tussenpozen. Nu mocht ik hem wat vaker doen, omdat hij even niet zo lekker in zijn vel zat. Onder het rijden ging hij wat tegen de hand in en af en toe liet hij wat verzet zien, terwijl dat eigenlijk helemaal niet zijn manier van doen is.
En juist dat vind ik altijd belangrijk.
Niet alleen kijken naar wat een paard doet, maar vooral naar wat niet bij hem past. Dit is geen paard dat zomaar overal tegenin gaat. Dus als hij dat wel doet, dan wil ik weten waarom. Niet meteen met een conclusie klaarstaan, maar wel serieus nemen wat hij laat zien.
Wat ik bij dit paard altijd al vind, is dat hij wat passage-achtig loopt. Alsof hij niet gewoon makkelijk door zijn lijf heen kan lopen, versnellen, draaien en schakelen. Er zit iets in zijn manier van bewegen waardoor het niet helemaal vloeit. En mijn mening is al langer dat het zadel niet ideaal is voor deze combinatie. Niet voor de eigenaresse en niet voor het paard.
Dat is lastig om te zeggen, want ik ben geen zadelkundige. Dat zeg ik er meteen bij. Maar ik zie wel veel paarden, ik voel veel paarden en ik zie ook wat een lichaam doet als het ergens niet vrij genoeg is. En als ik video’s zie van deze combinatie, dan stoort er iets in het totaalplaatje. Het kan ook zijn dat de amazone meer vanuit haar eigen balans mag gaan werken. Dat heb je natuurlijk ook. Maar toch blijft dat zadelverhaal bij mij steeds terugkomen.
En dat is ook meteen een gevoelig onderwerp, omdat degene die het zadel verkocht heeft en degene die erin moet zitten elkaar ook op andere vlakken kennen. Dan wordt het niet alleen een technisch verhaal, maar ook een sociaal verhaal. En daar zit niemand echt op te wachten, maar het paard heeft daar natuurlijk geen boodschap aan.
Toen ik aankwam, zag ik dat hij aan de bovenkant wat kneep. De schoft stond wat bloot en strak, de rug was wat hol en hij stond wat in adductie. Hij houdt er niet van om breed te staan. Hij staat liever wat smal. Het is evengoed een flinke kerel, maar ik vind dat hij meer mag landen in zijn lijf.
Bovenin de hals, ongeveer bij de derde en vierde halswervel, zat de aanleg voor zo’n valse knik. Dat heb ik ook tegen haar gezegd: die moet je bijhouden. Goed blijven masseren, goed blijven voelen. Niet omdat ik daar meteen iets groots van wil maken, maar omdat zo’n punt niet onbelangrijk is. Daar zit ook een slijmbeurs. Als daar irritatie of een lichte ontsteking zit en er ontstaat later verkalking, dan krijg je dat niet zomaar meer weg. En als je weet dat rugspieren ook aan halswervels hangen, dan snap je dat zo’n plek invloed heeft op de hele verbinding in het paard.
Dan kun je wel zeggen: hij moet lekkerder naar de hand toe, maar als die verbinding niet klopt, dan is dat voor het paard ook geen eerlijke vraag. En de eigenaresse is zeker bewust want ze reageert voor het een probleem wordt.
De eigenaresse vertelde dat ze wat problemen voelde en dat ze, voordat ze opnieuw naar de dierenarts zou gaan, ook het zadel weer had laten nakijken. Over de benen liep hij verder goed. Op de harde bodem was het allemaal prima. Dus het zadel was opnieuw bekeken en aangepast.
De zadelpasser had gezegd dat het zadel veel te breed lag en daardoor aan de buitenkant druk gaf. Dat snap ik op zich wel. Een te breed zadel kan problemen geven. Maar daarna kwam het stuk waar ik in mijn hoofd op bleef hangen: het paard was smaller geworden, dus het zadel is smaller gemaakt.
En toen dacht ik: ja, maar hoe komt het dan dat hij smaller is geworden?
Want dat is voor mij de eerste vraag. Als een paard groeit in zijn training, van B/L richting M1/M2, dan verwacht je toch juist dat hij meer bespiering krijgt. Dat hij sterker wordt in zijn schouderpartij. Dat hij breder wordt. Niet smaller.
En dan ga je het zadel smaller maken. Maar hoe moet hij dan weer groeien in dat stuk?
Dat is waar ik op vastliep in mijn gedachten terwijl ik met hem bezig was. Niet om iemand af te vallen, maar omdat ik het paard voor me zie staan en denk: dit lichaam vertelt iets. En als wij alleen maar aanpassen aan hoe hij nu smaller is geworden, zonder te onderzoeken waarom hij smaller is geworden, dan missen we misschien de kern.
Ik ben hem gaan masseren en hij had inderdaad behoorlijk wat spanning rond de schoft en schouders. Daar ben ik goed mee bezig geweest. Ik wilde dat hij wat meer kon zakken, dat die hals beter meegenomen werd en vooral dat er wat verlichting kwam in de brachio. Dat hij aan de onderkant wat meer durfde aan te spannen en aan de bovenkant wat meer ruimte kon pakken.
Ik heb ook zijn voeten en benen gecontroleerd, want als een paard bovenin gaat tillen of in adductie staat, kan dat ook aan de onderkant beginnen. Er kan ergens iets niet lekker zitten waardoor hij zichzelf bovenin gaat beschermen. Bij één kogel voelde ik met mijn vinger echt één plekje. Ik weet uit ervaring dat als ik daar warmte voel op precies zo’n plek, er in het gewricht zelf iets niet helemaal lekker kan zitten. Dat hoeft niet meteen kreupelheid te zijn. Een ander had het misschien niet eens gevoeld. Maar ik ben wel van het voorblijven van blessures.
Dus ik heb het haar laten voelen en gezegd: houd dit even in de gaten. Als het verandert, erger wordt of als je iets merkt, dan zou ik zeker de dierenarts raadplegen. Geen diagnose. Gewoon monitoren en niet wachten tot het wel duidelijk mis is.
Daarna ben ik met zijn rug bezig geweest. En wat bij dit paard het moeilijkste stuk was, was de thoracic sling. Dat hele stuk rond de borstspieren, schoft, schouders en rompophanging. Dat is bij hem altijd wel een aandachtspunt, maar deze keer kreeg ik het bijna niet los.
Als ik onderaan palpeer tegen de pectoralis, dus tegen de borstspieren tussen de voorbenen, dan wil ik dat hij een beetje die bascule maakt. Dat hij aan de bovenkant mooi opent en van daaruit omhoogkomt. Maar er gebeurde niets.
Zoals ik in mijn opname zei: “Nou 0, 0, nou niet, nou niet een klein beetje, nou niet eens proberen, gewoon niks, alsof ik tegen een ijzeren deur sta te douwen.”
En dat was ook echt zo. Ik stond niet te zoeken naar perfectie. Ik wilde gewoon een reactie. Een klein beetje beweging. Iets waardoor ik kon voelen: daar zit een ingang. Maar die ingang was er bijna niet.
Toen ben ik royaal naar de bovenkant gegaan en heb ik mijn steen erbij gepakt. Niet omdat dat altijd moet, maar omdat ik wilde kijken of hij dan misschien wilde krimpen. Want krimpen is ook een beweging. Als een paard helemaal niets doet, ben ik soms al blij met welke beweging dan ook. Als hij maar weer iets gaat doen met dat stuk.
Want die romp moet kunnen bewegen. Die ribbenkast moet tussen de schouderbladen kunnen blijven deinen. Dat is de kadans die je nodig hebt. Dat is ook de schokbreker van het paard. Als dat systeem niet goed werkt, dan krijgen de kogels, pezen en gewrichten veel meer klappen. En dat wil je gewoon niet.
Daarom vind ik dit stuk zo belangrijk. De serratus, de borstspieren, de verbinding richting hals en ribben, alles hangt daar samen. En ja, dat is ook precies het gebied waar een zadel invloed op heeft. Daarom bleef dat zadel ook in mijn achterhoofd zitten.
Ik ben met de steen over de schoft gegaan om te kijken of hij in ieder geval wilde reageren. Daarna weer onder tegen de borstspier aan. Ondertussen vroeg ik of hij zijn hoofd wilde laten zakken. Ik was dus eigenlijk met twee dingen tegelijk bezig. Aan de ene kant de voorkant en borst, aan de andere kant vragen of hij bovenin ruimte kon pakken.
En eerlijk: ik kreeg het nauwelijks voor elkaar.
Toen dacht ik: ik ga eerst de rest doen. Soms heeft het geen zin om op één punt te blijven hangen. Dan moet je via andere lijnen kijken of je alsnog beweging krijgt.
Zijn ribben vielen eigenlijk nog wel mee. De wervelkolom stond wat strak, maar buik en rug, bol en hol, dat ging allemaal. Bekken kantelen ging ook. De rechterbil voelde anders dan de linkerbil. De quadriceps en biceps zaten wat strak en er zaten wat harde schijven, maar daar kon ik wel mee werken.
Ik heb drukpunten gezet, met de staart gewerkt, bekkenkantelingen naar voren en terug gevraagd en via de binnenkant van het achterbeen aanspanning gevraagd zodat je ziet dat de knie meebeweegt. Dat ging op den duur vrij aardig.
Aan de andere kant kwam ik opnieuw bij de hals uit. Links vond ik hem wat wegvallen. Ik noem dat dan de v-route. Alles wijst naar beneden. Hij zakt dan bij de schoft, in plaats van dat hij vanuit zijn rug mooi omhoog groeit tot aan het topje van zijn oren.
En dat is precies wat zij ook voelt met rijden. Af en toe komt hij voor los en wil hij de teugel niet meenemen. De aanleuning varieert en voelt niet fijn. Nu hoeft dat niet alleen aan de voorkant te zitten, want bij paarden is het nooit zo simpel. Maar bij hem is dat voor knijpen wel altijd een dingetje geweest.
Ik ben dus goed met die hals bezig geweest. De brachio weer proberen los te krijgen, buiging vragen in de hals en kijken of hij vanuit zijn lijf meer naar voren kon komen. Ik probeer dan altijd te visualiseren hoe mooi het zou kunnen zijn bij zo’n paard. Niet zoeken naar: wat is fout en wat moet ik wegpoetsen. Maar zoeken naar: wat kan hij eigenlijk, en waarom doet hij het nu niet?
Dat is een andere manier van werken.
Ik heb haar ook laten voelen wat ze zelf moet bijhouden. Op de lage rug zat een behoorlijke knobbel, meer groei- en tissue-ontwikkeling gerelateerd, en bij de hals zat ook zo’n stuk. Dat moet losser blijven. Niet omdat één massage alles oplost, maar omdat je anders steeds in hetzelfde patroon terugkomt.
Daarna ben ik weer naar voren gegaan en heb ik opnieuw geprobeerd die schoft omhoog te krijgen, naar beneden te krijgen, en beweging in dat ronde stuk van de romp te krijgen. Ik heb de voorbenen opgetild, wat oefeningen gedaan met de voorbenen, de schoft gemobiliseerd en de hals in buiging gevraagd.
Op den duur stond hij beter. Zijn bovenlijn werd mooier. Zijn hals schoof wat verder naar voren. Hij groeide iets meer vanuit de schoft. Zij zag dat ook.
Ik heb haar ook wat rijtechnische dingen meegegeven. Achterwaarts zetten vind ik sowieso belangrijk, bij bijna ieder paard. En ik heb gezegd dat ze hem soms heel even wat ronder en dieper mag zetten. Niet als rolkur. Dat bedoel ik absoluut niet. Niet trekken, niet vasthouden, niet gaan schoppen.
Zoals ik letterlijk zei: “Ik zeg niet trekken. Ik zeg niet dat je de teugel vast moet hebben en dan moet gaan schoppen.”
Wat ik wel bedoel, is gymnastiseren. Heel even in een royale draf wat dieper, zodat de schoft loskomt en hij die rek pakt. Dan even naar rechts buigen, zodat je die laterale buiging van de schouder en hals meeneemt. En dan ook naar links. Niet lang. Niet forceren. Gewoon even tussendoor, vooral als ze voelt dat hij voor weer loskomt of begint te knijpen in die schoft.
Want het gaat niet om een houding. Het gaat om beweging.
En daar kom ik steeds op terug. Alles wat beweegt verandert. Maar dan moet een paard wel ergens mogen bewegen. Als de schoft niet kan openen, als de romp niet kan deinen, als de hals niet naar voren kan schuiven, dan kun je van alles vragen onder het zadel, maar dan blijft het paard ergens tegen een grens aanlopen.
En daarom blijft mijn vraag over dat zadel staan. Niet als oordeel. Niet als: ik weet het beter. Maar wel als serieuze vraag.
Als een paard smaller wordt terwijl hij eigenlijk sterker zou moeten worden, waarom gebeurt dat dan? Is hij bespiering kwijtgeraakt? Is hij zichzelf gaan beschermen? Heeft hij druk ervaren? Wordt hij beperkt in de schoft en schouder? En als je dan het zadel smaller maakt, help je hem dan? Of pas je het zadel aan op het probleem dat je eigenlijk wilt oplossen?
Dat vind ik een belangrijke vraag.
Een zadel moet niet alleen passen op het paard zoals hij vandaag staat. Het moet ook ruimte geven aan het paard dat je weer terug wilt krijgen. Een paard dat kan groeien in zijn schoft, dat zijn hals naar voren durft te brengen, dat zijn romp kan laten bewegen en dat zijn onderbenen niet alles hoeft te laten opvangen.
Het paard bepaalt. En dit paard liet heel duidelijk voelen dat er in dat voorste stuk iets niet vrij genoeg was.
Over vier weken zie ik hem weer. Dan ben ik benieuwd wat er veranderd is. Of hij makkelijker opent in de schoft. Of de aanleuning stabieler wordt. Of hij minder passage-achtig door zijn lijf gaat en meer gewoon kan lopen, schakelen en dragen.
Voor nu blijft vooral dit hangen: kijk niet alleen naar wat passend wordt gemaakt, maar ook naar waarom iets passend gemaakt móét worden.
Want soms vertelt het lichaam al lang wat er aan de hand is. Je moet alleen bereid zijn om niet te snel over dat signaal heen te stappen.
Of nog een keus, is er duidelijk gecommuniceerd. Dit schijnt een zadel te zijn die aanpasbaar is, zou het zadel gewoon door gebruik breder zijn geworden en is het terug naar de eerste pasvorm gezet. Geen idee maar als jullie vriendelijk zouden willen reageren op de post op facebook of instagram van Massage Hippique over dit onderwerp, zou ik jullie dankbaar zijn, want ik wil altijd leren.
Stay connected with news and updates!
Join our mailing list to receive the latest news and updates from our team.
Don't worry, your information will not be shared.
We hate SPAM. We will never sell your information, for any reason.